
Wat maakt een festivalbeleving zo bijzonder? De samenhorigheid, een band die je aangenaam weet te verrassen, of een moment dat je nooit meer vergeet. Of, midden in de drukte van de dag, mensen die je gewoon aanspreken alsof ze je al jaren kennen. Met wie je vervolgens gezwind een frisse pint drinkt of een leuke babbel slaat.
Zulke belevingen vind je niet op elk festival, maar wel op een festival als Alcatraz Metal Fest. Ook al lijkt het festival stilaan uit zijn voegen te barsten en kan er naar mijn gevoel echt geen volk meer bij, die gezellige atmosfeer blijft misschien wel het grootste hoogtepunt van deze festivaldag. En toch… we zagen vijftien bands aan het werk. Ons verslag.

De Nederlandse thrash/deathmetalband Izegrim is voor ons al lang geen onbekende meer. De ijzersterke combinatie van meesterlijke riffwizards en de verbluffende stem van zangeres Marloes doet ook op deze vroege festivalmiddag de grond onder onze voeten daveren. Als opener in SWAMP knalt de band alle slaap uit onze ogen en worden meteen de eerste putten van de Hel geopend. Zo vroeg op de middag al zo sterk omvergeblazen worden door deze nietsontziende Hollandse wervelstorm? Dat smaakt uiteraard naar meer.
Het fijne aan een gevarieerd festival zijn de contrasten. Na de toch wel donkere en grauwe Hollandse aanpak van Izegrim klinkt de powermetal van Bloodbound bijzonder toegankelijk. Een theatrale en energieke aanpak, waarbij je prompt luchtgitaar begint te spelen en lekker gaat headbangen, is het gevolg.
Niets nieuws onder de zon, want binnen dit genre zijn er tientallen bands die hetzelfde uit hetzelfde vaatje tappen. Maar Bloodbound brengt die powermetalvibes wel met zoveel overtuiging vanuit de onderbuik dat ook wij, samen met de vele fans vooraan, compleet overstag gaan.
Er is een tijd geweest dat hardcore en punk een ‘no-gozone’ waren op typische metalfestivals. Die hokjes verdwijnen gelukkig steeds meer, waardoor ook een festival als Alcatraz almaar breder kan schakelen.
Breakout is het soort band dat je doorgaans eerder op festivals als Ieperfest tegenkomt. Op de Helldorado Stage krijgt de hardcore volop ruimte, en daar maakt deze band gretig gebruik van. Breakout brengt die typische ‘in je smoel’-HC/punk waarbij elk heilig huisje eraan moet geloven. Zonder omkijken en vooral met de voet stevig op het gaspedaal. Een verwoestende sneltrein die nauwelijks te stoppen lijkt.
Een streepje onversneden instrumentale postmetal? Daarvoor moet je bij Turpentine Valley zijn. Op klaarlichte dag komt het allemaal niet even sterk binnen, zeker niet wanneer je buiten de tent staat. Maar naar goede gewoonte zorgt deze Belgische parel voor een sfeer die aanvoelt als een ondoordringbare muur van gitaren.
Eens je in hun verhaal meegaat, bezorgen die zelfs koude rillingen. Geloof ons maar, geen eenvoudige opgave bij deze hete temperaturen. De dynamiek tussen zacht en hard, en de manier waarop ze spanning blijven opbouwen zonder de melodische helderheid uit het oog te verliezen, behoren al jaren tot de grote sterktes van Turpentine Valley. Ook op Alcatraz zetten ze dat met brio in de verf.
Een pintje en een fijne babbel later bleven we gewoon in La Morgue hangen voor Hemelbestormer. Net als hun voorganger is Hemelbestormer zo’n band die je als aanhoorder gewoon moet ondergaan om het echt te begrijpen.
De zonsverduistering is pas op 12 augustus, maar op deze vrijdagmiddag leek ze in Morgue al deels ingezet. Hemelbestormer brengt nu eenmaal geen muziek voor tere zieltjes. De tent stond afgeladen vol, tot ver buiten de ingang, en het publiek onderging deze donkere trip opvallend gewillig.
De duistere gedachten kwamen dan ook binnen als zoete broodjes op een zondagochtend. Voedsel voor donkere zielen, noemt men zoiets. Alleen blijf je daar naar onze mening maar beter niet té lang in hangen.
Creeper brengt gothic en heavy metal samen met een flinke knipoog naar Helloween-toestanden, inclusief vampiers en andere duistere figuren. Hun muziek prikkelt alvast de fantasie. Alleen wisten we niet dat vampiers het zonlicht konden verdragen. Die van Creeper blijkbaar wel, en hun fans hingen gretig aan hun lippen.
Een haast demonisch klankentapijt en een meerstemmigheid, afwisselend vrouw en man, die de kriebels door het lijf jaagt, zorgden ervoor dat de donkere gedachten van daarnet nog even bleven hangen. Te veel zonlicht in één keer is tenslotte ook geen oplossing.
De melodramatische aankleding en het uitbeelden van een verhaal vormen niet alleen de rode – of is het de zwarte? – draad, maar zijn ook de grote troef van Creeper. Lekkere creepy set, als je het ons vraagt. Brrrr!
Eindelijk wel licht aan het einde van de tunnel? Dat was buiten Anaal Nathrakh op de SWAMP Stage gerekend. De band zwelgt in die pure blackmetalput van verderf en drijft de aanhoorder met veel liefde tot pure waanzin.
De grootste troef van de band? Naast de pompende instrumentatie is het vooral Dave Hunt, die enkele van de meest extreme en scherpe zangstijlen in de metal weet te vertolken zonder aan toonhoogte of kracht in te boeten. Het gevolg laat zich raden. Putten van de Hel gingen compleet open en de vuurtongen likten onze voetzolen, tot we niet meer stil konden blijven staan en de bezwaarlijke duivel zouden aanbidden.
Origineel is het niet wat Anaal Nathrakh doet, maar ze slagen er wel in ons te confronteren met onze meest gruwelijke demonen uit het onderbewustzijn. Missie geslaagd!
Tijd voor een streepje metalcore uit Australië. Northlane brengt die op een typische, strakke en gestroomlijnde wijze waar geen speld tussen te krijgen valt. Gensters die naar alle hoeken van de tent vliegen, zorgen dan ook voor de nodige beweging vooraan.
Door steeds hetzelfde trucendoosje open te doen, verslapt de aandacht na een tijdje wel. Maar Northlane brengt die aanstekelijke vorm van metalcore waarin de liefhebber zeker zijn gading vindt, en ook dat trekt ons deels over de streep.
Geen hoogvlieger dus, maar daarom ook geen laagvlieger. Om het zo uit te drukken.

Misþyrming feat. Nergal brengt ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van Sventevith (Storming Near the Baltic) het album integraal live. Het meest opmerkelijke? Dit wordt niet op routineuze wijze gedaan, maar met oog voor detail en het vertellen van een verhaal.
Speels op duistere wijze, met voldoende verwijzingen naar demonen en duistere krachten die opnieuw zorgen voor meerdere huiveringen. Nergal beschikt over een van de meest demonische stemmen in de metal. Dat bewees hij bij Behemoth al uitvoerig, maar ook hier zet hij die stem in pikzwarte verf.
Zonder afbreuk te doen aan de instrumentale inbreng uiteraard, die al even intens klinkt. Nee, dat lichtje aan het einde van de tunnel is nog heel ver weg, als je het ons vraagt…
Het verhaal van de Amerikaanse progressieve metalband Nevermore kent een turbulent verloop. De band ontstond in 1991, maar spanningen binnen de rangen zorgden ervoor dat in 2011 de pauzeknop werd ingeduwd. Toen in 2017 ook zanger Warrel Dane overleed, leek een reünie helemaal ver weg.
Maar kijk, in 2025 staken Loomis en Williams opnieuw de koppen bij elkaar en werd die reünie alsnog een feit. Met een andere zanger en zonder oorspronkelijke bassist Sheppard.
Live zorgde deze Nevermore 2.0 voor een bombastische mokerslag, met vuurpijlen die naar alle kanten werden afgevuurd, enkele crowdsurfers en vooral een aanstekelijke sfeer die ons even deed terugdenken aan de jaren ’90.
De echte vibe van toen was er wellicht niet meer, en zal er ook nooit helemaal meer komen. Wie Warrel Dane, met die haast onnavolgbare stem, ooit live aan het werk zag, weet waarom. Zelf mochten we de oorspronkelijke Nevermore in 2005 nog meemaken op Graspop, een ervaring die uiteraard blijft nazinderen.
Maar dat hoeft de toekomst van deze nieuwe bezetting niet in de weg te staan. Nevermore 2.0 heeft duidelijk nog perspectieven en bewees dat deze reünie meer kan zijn dan alleen maar nostalgie.
We want more!
En, o ja… dat lichtje aan het einde van de tunnel? Dankzij Nevermore zagen we dat toch voor het eerst verschijnen.
In de categorie ‘bands die live nog nooit hebben ontgoocheld’ hoort Death Angel ook thuis. Hun harde en strakke thrashmetal heeft al meermaals gezorgd voor wervelende feestjes, en dat was op Alcatraz niet anders.
Vuurpijlen vlogen naar alle kanten, gelukkig zonder de tent letterlijk in brand te steken. Figuurlijk ontketende Death Angel een vuurhaard aan brandbommen die voor menige aardverschuiving zorgden. Op Amerikaanse thrashwijze.
Maar het meest opmerkelijke is misschien wel dat deze band na al die jaren nog steeds geen spoor van routine vertoont. De line-up staat ondertussen al meer dan twintig jaar als een huis, maar van een ‘klusje afwerken’ is absoluut geen sprake.
Death Angel blijft speels, gretig en zelfverzekerd op het podium staan. De virtuositeit is er uiteraard nog steeds, maar het is vooral het speelplezier en de vanzelfsprekendheid waarmee de band elkaar vindt die indruk maakt.
Veel bands die zo lang meegaan, dreigen na verloop van tijd op automatische piloot te spelen. Death Angel duidelijk niet. Ook anno 2026 blijft deze band een ‘match made in heaven’.
Nog zo’n iconische band is Saxon. Reeds actief sinds 1976 hoeft deze band eigenlijk niets meer te bewijzen. Met songs als ‘Wheels of Steel’, ‘Heavy Metal Thunder’ en ‘Denim and Leather’ heeft de band meer dan zijn stempel gedrukt op de geschiedenis van de heavy metal.
En toch stond Saxon hier niet op het podium om nog maar eens een verplicht nummertje af te werken. Vanaf de eerste noot greep het gezelschap de aanwezigen bij de keel. Hier moest en zou een oldschool heavy metalfeest ontstaan waar niemand bij stil zou staan.
De inmiddels 75-jarige, maar nog bijzonder beweeglijke Biff Byford trok die kar met opvallend veel overtuiging. Ook vocaal stond hij er als een huis. Dat bleek al vroeg tijdens songs als ‘Power and Glory’ en ‘Motorcycle Man’.
De bandleden hadden er duidelijk zin in en vuurden het ene messcherpe riff na het andere af. Maar het mooiste bewijs van die speelsheid kwam misschien wel toen Biff enkele vestjes die op het podium waren gegooid aantrok, net als zijn kompanen, om vervolgens doodleuk een volgende riff in te zetten. Tot hilariteit van iedereen.
Zo’n moment kun je moeilijk instuderen. Het onderstreepte vooral hoeveel plezier deze heren nog steeds beleven aan het samen op een podium staan.
In een wervelende finale gingen de vuisten massaal de lucht in en werden de anthems tot helemaal achteraan meegebruld. Saxon bewees niet alleen dat leeftijd geen excuus hoeft te zijn om op automatische piloot te gaan spelen, maar leverde uiteindelijk zelfs het beste concert van onze festivaldag af.
De reden waarom ondergetekende deze zondag naar Alcatraz was afgezakt? Lamb of God.
De Amerikaanse groove-metalformatie heeft het gewoon in zich om voortdurend de dunne lijn tussen duisternis en licht te bewandelen, waardoor ze een uiteenlopend publiek kunnen bereiken. Dat was op Alcatraz niet anders.
Weerbarstig en ruw waar het hoort, maar ook bijna zalvend – zonder die dreigende ondertoon ooit uit het oog te verliezen – waar het nodig blijkt te zijn. Al dan niet met vuur op het podium.
Lamb of God ging van nul naar honderd als een allesvernietigende pletwals. En ook al klonk de band na dat Saxon-feest eerder donker en grauw, zelfs hier werd een feestje gebouwd en werden ondoordringbare muren opgetrokken.
Voor mij was dit uiteindelijk het moment waarvoor ik naar Alcatraz was afgezakt. Niet omdat Lamb of God de duisternis verdreef, maar omdat ze er perfect in slagen licht en donker naast elkaar te laten bestaan.
De Noorse blackmetaliconen Satyricon stonden voor heel wat minder publiek in de SWAMP Stage, maar dat lag allerminst aan de band zelf. Velen bleven staan voor de absolute publiekstrekker van de dag, Powerwolf, die de Prison Stage zou afsluiten.
Satyricon heeft nu eenmaal de reputatie de aanhoorder tot waanzin te drijven – waar hebben we dat nog gezien? – en doet dat op zo’n meesterlijke en unieke wijze dat de kippenvelmomenten elkaar in razendsnel tempo opvolgen.
De trage, meeslepende en duistere blackmetalstijl zorgde in het donker voor een intense en haast sacrale atmosfeer. Een rituele ervaring, waarbij geen onschuldige maagden werden geofferd, maar zo voelde deze bijzondere trip naar de Helse krochten met Satyricon bij momenten wel aan.
En daarmee waren we opnieuw in donkere gedachten terechtgekomen.
De Amerikaanse metalcoreband The Ghost Inside heeft geen fijne periode achter de rug. In 2015 kwamen ze terecht in een desastreus busongeval. Drummer Andrew Tkaczyk verloor zelfs een been, maar liet zich niet uit het lood slaan en leerde met bewonderenswaardige verbetenheid opnieuw drummen, mét een prothese.
Diezelfde verbetenheid voel je ook op het podium van Alcatraz. The Ghost Inside gooit alles eruit: frustratie, woede, pijn en vooral de enorme drang om vooruit te blijven gaan.
Geen tijd om achterom te kijken, wel om de demonen uit het verleden definitief terug naar hun hol te jagen. De band bouwt het tempo steeds verder op en zorgt voor een metalcorefeest waarbij vooraan geen vierkante meter onbenut blijft.
Na een dag waarin we meermaals de donkerste krochten van de metal werden ingetrokken, voelt dit bijna als een bevrijding. The Ghost Inside schudt de laatste duisternis van zich af en neemt ons daarin mee.
Misschien was dat uiteindelijk wel waar deze Alcatraz-zondag om draaide: blijven zoeken naar dat kleine lichtje aan het einde van de tunnel. Soms leek het mijlenver weg, soms dook het onverwacht even op.
Maar na vijftien bands, ontelbare riffs, een paar donkere trips, veel gelach en minstens evenveel fijne ontmoetingen, stond het er uiteindelijk toch. Een klein lichtje, ergens diep in de nacht.
En daarvoor kwamen we eigenlijk naar Alcatraz.