

KORTRIJK – Van donderdag 6 tot en met zondag 9 augustus wordt de Lange Munte opnieuw omgebouwd tot een zwaarbewaakte metalen gevangenis. Alcatraz Open Air pakt voor zijn achttiende editie uit met vier podia, internationale kleppers, een volledig cashless betaalsysteem en een deathride over het festivalterrein. Toch wil het festival bewust niet groter worden. “Kwaliteit, sfeer en een vlot verloop zijn belangrijker dan extra bezoekers”, zegt persverantwoordelijke Bernard De Riemacker.
Met Powerwolf, Slaughter To Prevail, Arch Enemy, Alestorm, Body Count en Lamb of God verzamelt Alcatraz opnieuw een indrukwekkend internationaal gezelschap in Kortrijk. Ook Saxon, Testament, Amenra, Alcest, Deicide, Amorphis en Anaal Nathrakh staan op de affiche. Persverantwoordelijke Bernard De Riemacker kijkt naast de headliners vooral uit naar die laatste groep bands. “Dat zijn artiesten die live telkens opnieuw indruk maken en waarvan ik verwacht dat ze voor memorabele concerten zullen zorgen.”
Het vastleggen van zulke namen wordt er volgens hem niet eenvoudiger op. Internationale festivals vissen steeds vaker in dezelfde vijver, terwijl tourschema’s beperkter en artiesten duurder worden. “Goede relaties met boekingskantoren, een sterke reputatie en een duidelijke identiteit zijn belangrijker dan ooit.”
Alcatraz blijft groeien in uitstraling, maar de organisatie heeft niet de ambitie om steeds meer mensen op het terrein te proppen. De capaciteit op zaterdag is intussen bereikt. Dat is volgens De Riemacker geen probleem, maar een bewuste bovengrens.
“We zitten op een mooie schaal waarop we een internationale line-up kunnen aanbieden zonder de typische Alcatraz-sfeer te verliezen. We kiezen er bewust voor om een middelgroot festival te blijven. We willen niet groeien voorbij wat onze infrastructuur en de festivalbeleving toelaten.”
De aandacht verschuift daarom van groter naar beter. Na iedere editie worden medewerkers, vrijwilligers, leveranciers en bezoekers bevraagd. Op basis daarvan worden de terreinindeling, bezoekersstromen, signalisatie en logistiek bijgestuurd. Veel ingrepen vallen nauwelijks op, maar maken samen wel een verschil.
Ook achter de schermen wordt stevig geïnvesteerd. Elektriciteitsvoorzieningen, computernetwerken, veiligheid, backstage-infrastructuur en logistiek worden steeds professioneler. “Bezoekers merken die investeringen niet altijd op, maar ze zijn essentieel om een festival van deze omvang veilig en efficiënt te organiseren.”
De opvallendste verandering is de omschakeling naar een volledig cashless betaalsysteem. Bezoekers betalen voortaan met digitale ‘Chains’. Daarmee verdwijnen de klassieke drank- en eetbonnen naar de geschiedenisboeken.
“Cashless zorgt voor snellere transacties, minder wachtrijen en een efficiëntere werking voor medewerkers en standhouders”, aldus De Riemacker. “Het is ook veiliger en moet voor een optimale bediening aan de bars en eetstanden zorgen.”
Wie na al dat digitale betaalgemak nog wat extra adrenaline overheeft, kan voor het eerst ontsnappen via de Alcatraz Death Ride. De zipline vertrekt vanop de 19,5 meter hoge Safety Jogger Guard Tower en voert waaghalzen over een afstand van 120 meter boven het festivalterrein.
“Die ervaring past perfect binnen het Alcatraz-verhaal”, zegt De Riemacker. “We willen al jaren meer zijn dan alleen een muziekfestival. We blijven investeren in een totaalbeleving.”
Hoe groot het festival ook wordt, achter de decors blijft Alcatraz volgens de medewerkers opvallend gemoedelijk. Wim Torreborre (43), beter bekend als ‘Twi’, is er sinds de allereerste editie bij. De geboren Oostendenaar woont tegenwoordig in Lombardsijde en is stagemanager van Helldorado.
Hij begon achter de bar, hielp vervolgens bij de opbouw, reed een tijd als runner artiesten rond en werd daarna stagemanager in La Morgue. “Alles is groter, professioneler en indrukwekkender geworden”, vertelt hij. “Maar vooral de gelijkenissen vallen op. Het is nog altijd even gemoedelijk. Veel lukt door wilskracht en samen na te denken. De organisatoren lopen nog steeds over het veld en je kunt hen gewoon aanspreken.”
Iedere functie had haar eigen charme. Achter de bar kon hij met iedereen een praatje maken. Tijdens de opbouw werd overdag keihard gewerkt, waarna ’s avonds tijd was voor een fris drankje. Als runner zag hij dan weer weinig concerten, maar leerde hij de mens achter de artiest kennen.
“Je zit de hele dag in de auto en brengt artiesten van het hotel naar het artiestendorp, het podium of een signeersessie. Daardoor heb ik bijzondere mensen leren kennen.”
Zo ontmoette hij jaren na een optreden in het Oostendse jeugdhuis OHK opnieuw de zanger van Leprous. Die herkende hem nog steeds. Ook met Alan Averill van Primordial ontstond een goede band. “Ik heb in al die jaren eigenlijk maar twee keer gedacht: wat een dikke nek is me dat?”
Als stagemanager bevindt Torreborre zich midden in een puzzel waarvan het publiek amper iets merkt. Zijn strafste herinnering dateert van een avond waarop Enslaved met een volledige ledwand speelde. Meteen daarna moest Watain aantreden met een productie vol vuur. De ledwand moest weg om voldoende vrije ruimte te creëren, terwijl de volledige installatie van Watain in amper één uur opgebouwd moest worden.
“Ik zag het echt niet goed komen. Ik heb de tourmanagers van beide bands bij mij geroepen en het probleem uitgelegd. Iedereen dacht mee. Enslaved kon snel afbreken als de lege kisten klaarstonden en ze twee extra mensen kregen. Watain besloot de opbouw in omgekeerde richting te doen.”
Na overleg kreeg iedere stagehand een duidelijke taak. Vijftig minuten later was de klus geklaard. “We hadden zelfs tien minuten over. Niemand had een ego. Iedereen loste een deel van het probleem op. Als ik daaraan terugdenk, krijg ik nog altijd kippenvel.”
Dat is volgens hem wat festivalgangers het meest zou verbazen: hoeveel werk nodig is om een optreden vanzelfsprekend te laten lijken. “Iedereen vormt een klein onderdeel van een groot raderwerk. Al die stukjes moeten perfect in elkaar vallen.”
Soms levert dat ook absurde taferelen op. Zo stond ooit een volledige band klaar om te vertrekken, behalve de zanger. Die was achter de backstagebar zelf pinten beginnen tappen omdat de bediening volgens hem niet snel genoeg ging.
“Zijn tourmanager stormde binnen en begon hem uit te schelden. Daarna riep ze: ‘En ik kan het weten, want ik ben met die kerel getrouwd’. Iedereen die erbij stond, barstte in lachen uit.”
Torreborre had naar eigen zeggen niet noodzakelijk verwacht ooit de verantwoordelijkheid over een podium te dragen. “Ik neem graag de leiding, maar twijfel ook veel aan mezelf. Gelukkig is Alcatraz organisch en traag gegroeid. Ik ben gewoon meegegroeid. Mijn vriendin Noa verdient ook veel krediet. Zij zei dat ik gerust wat meer ambitie mocht hebben.”
Vanuit Lombardsijde naar Kortrijk komen, vindt hij overigens allerminst een wereldreis. “Ooit heb ik het zelfs met de fiets gedaan. Waarom ik blijf terugkomen? De sfeer, het lekkere eten, de frisse pintjes en vooral de sfeer. Had ik de sfeer al vermeld?”
Net dat gemeenschapsgevoel blijft ook voor De Riemacker de grootste troef. In 2025 droegen meer dan 900 medewerkers en vrijwilligers bij aan het festival. Verschillende van hen zijn al sinds de beginjaren betrokken.
“Mensen komen niet alleen voor de muziek”, zegt hij. “Ze spreken maanden op voorhand af, blijven een volledig weekend en keren elk jaar terug. We zien steeds meer internationale bezoekers en verschillende generaties die samen komen. Alcatraz is veel meer geworden dan een festival.”
Torreborre vat al zijn edities samen in één woord: “Thrash!” Wie nog nooit een metalfestival bezocht, geeft hij een eenvoudige raad. “Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan? Twijfel niet en kom gewoon af. Er is geen dresscode en er is geen verplichting. Doe wat je zelf leuk vindt. Staat het je niet aan, dan is dat ook oké.”
De Riemacker hoopt vooral dat bezoekers na vier dagen met verhalen, nieuwe vriendschappen en lichte gehoorschade huiswaarts keren. “We hopen dat ze op maandag zeggen: ‘Dit was opnieuw een weekend om nooit te vergeten’. Dat is uiteindelijk waar Alcatraz voor staat.”